% personen in armoede (meetmethode CBS, SCP en Nibud)
Het percentage personen in arme huishoudens. Voor de armoedekwalificatie wordt de nieuwe meetmethode van het CBS, SCP en Nibud gehanteerd. De armoedegrens is gebaseerd op de minimale levensbehoeften. Als er na het betalen van de vaste lasten aan wonen, energie en de zorgpremie te weinig geld overblijft voor de andere levensbehoeften, dan is een huishouden – en de mensen die er deel van uitmaken – arm. Waar de armoedegrens voor een huishouden ligt, is afhankelijk van het soort huishouden. Hoe meer mensen in het huishouden, hoe meer geld er nodig is om te kunnen leven en mee te kunnen doen in de samenleving. De benodigde bedragen worden door het Nibud voor 35 verschillende typen huishoudens vastgesteld. Naast geld voor wonen, energie, verzekeringen, kleding en de dagelijkse boodschappen, gaat het ook om bijvoorbeeld een telefoon, toegang tot het internet en sociale activiteiten. Om vast te stellen of een huishouden in armoede leeft, wordt het besteedbare inkomen van het huishouden vergeleken met het minimaal benodigde budget inclusief de betaalde vaste lasten aan wonen en energie. Ook wordt er gekeken naar de vermogensbuffer (spaargeld of ander direct te besteden bezit) van het huishouden. Een huishouden wordt niet als arm gekwalificeerd als vanuit de vermogensbuffer zeker twaalf maanden lang uitgaven kunnen worden gedaan op het niveau van de armoedegrens.